contact
abonneren
redactie
adverteren

Leven In Media 3

Samen bepalen we de werkelijkheid van vandaag

Column, Mark Deuze

In mijn twee eerdere bijdragen voor Tekstblad werk ik uit dat de schijnbare tegenstelling tussen ‘de media’ en het dagelijkse leven tegenwoordig onhoudbaar is. Media zijn zowel qua inhoud, gebruik als productie verweven in onze alledaagse werkelijkheid – een werkelijkheid die we zonder media simpelweg niet waarnemen of beleven. Dit is een leven in media, waarin de tegenstelling tussen maken en gebruiken, of tussen ‘echt’ en ‘nep’, in horen, zien, en voelen verdwenen is.

De in 2007 overleden Franse filosoof Jean Baudrillard schreef zowel direct als indirect over de manier waarop de alomtegenwoordigheid van media ons begrip van (of wellicht: onze grip op) ‘werkelijkheid’ problematiseert. Baudrillard was buitengewoon kritisch over het gebruik van zijn denkbeelden door Laurence en Andrew Wachowski als basis en inspiratiebron voor de drie Matrix-films, zoals uitgedrukt in een interview met de Franse krant Le Nouvel Observateur. Waarom?. In de films bewegen de helden heen en weer tussen een ‘echte’ wereld – de ondergrondse stad Zion – en de ‘virtuele’ wereld – de Matrix als digitale werkelijkheidsrepresentatie.
Het probleem van deze tegenstelling ligt in het onwillekeurig handhaven van eventuele distincties tussen media en samenleving: de essentie van het begrijpen van een leven in media ligt in de onmogelijkheid van de juxtapositie als uitgangspunt voor analyse. Baudrillard was met andere woorden juist niet geïnteresseerd in het verschil tussen echt en nep, maar in wat er met ons begrip en gedrag in de wereld gebeurt op het moment dat we beseffen, dat er geen enkele onderliggende waarheid ‘achter’ de via media gerepresenteerde werkelijkheid te vinden is. Een directe consequentie van een dergelijk besef is de onvermijdelijke onderhandelbaarheid van ons waarheidsbegrip.

Sociale wetenschap blind voor grootste hoeveelheid inhoud

Baudrillard ziet een ontredderde samenleving zonder waarheid opdoemen en lijkt weinig vertrouwen te hebben in het vermogen van mensen om verder te kijken dan hun medianeus lang is (in Matrix-termen: mensen zijn genegen om de blauwe pil te slikken). Zijn deprimerende visie op een massa van willoze mediaconsumenten past niet bepaald bij de huidige co-creatieve en volop remixende informatiecultuur. Hoewel er heus nog steeds ontzettend veel inhoud geproduceerd wordt door grote mediabedrijven met op sommige momenten grote massapublieken (de verschillende CSI-televisieseries, de nationale varianten op Idols, de Pirates of the Caribbean-bioscoopfilms, videospellen zoals de Halo-serie voor Xbox of The Sims voor PC, kranten als de Yomiuri Shimbun en tijdschriften als People, nieuwssites als die van Yahoo News, CNN, Tencent QQ en de BBC), kunnen we met meer dan 1 miljard internetgebruikers wereldwijd niet meer volhouden dat inhoud een min of meer exclusieve eigenschap van ‘massamedia’ is.

Toch richten de sociale wetenschappen voor media zich bijna alleen maar op de inhoud of het gebruik en de effecten van deze media op mensen – alsof media en samenleving tegenover elkaar staan in plaats van dat ze in elkaar opgaan. Tal van onderzoeken - de Eurobarometerstudies, in Nederland de rapporten van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), het wereldwijde marktonderzoek van grote pr-bureaus als Edelman, de projecten van de politicologen Ronald Inglehart, Kees Brants en Philip van Praag - laten consequent zien dat het vertrouwen in instituten overal gestaag afneemt. Overheid, onderwijs, de staat, de journalistiek: het zijn in de ogen van velen instanties en organisaties die op steeds grotere afstand van de gemiddelde mens hun werk doen. In Nederland werd deze groeiende afstand goed zichtbaar toen meteen na de moord op politicus Pim Fortuyn (op 6 mei 2002) mensen tijdens demonstraties leuzen scandeerden als ‘Wouke en Wim, hebben jullie nu je zin?’, verwijzende naar publieke omroep-verslaggeefster Wouke van Scherrenburg en PVDA-premier Wim Kok. De aanhoudende kritiek op de ‘linkse kerk’ van nieuwsmedia en landelijke politiek is vergelijkbaar met de in Amerika door Fox News handig bespeelde overtuiging dat de media een ‘liberal bias’ hebben.

Boodschappen een voorkeursbetekenis geven

De afstand tussen mens en maatschappij wordt weliswaar overbrugd door media, maar aangezien ook de professionele media die de huiskamer binnenkomen met een stevige korrel zout worden genomen, beklijft van de gemediëerde boodschap vaak van alles behalve de door de zender bedoelde voorkeursbetekenis. Hoewel de agenda en vragen van al dit soort onderzoek verschillen, wijzen de resultaten in dezelfde richting: mensen vertrouwen hetzij ‘mensen zoals ikzelf’ of ze vertrouwen uitsluitend nog op zichzelf. Inglehart plaatst dit alles in de context
van een geleidelijke verschuiving naar een post-materiële samenleving, waarin individuele zelf-expressie en vrije keuze voor de meeste mensen de centrale waarden in hun leven vormen.

Inhoud nooit meer statisch

In de hedendaagse media bestaat de meeste aangeboden content uit door ‘mensen zoals ikzelf’ geproduceerde vluchtige informatie – van weblogs tot podcasts, van commentaren op een online discussieforum tot reality televisie, van burgerjournalistiek tot zogenaamde ‘virale’ reclamecampagnes waarbij de productboodschap niet door adverteerders, maar door consumenten verspreid wordt. Dit alles zorgt niet alleen voor een permanente en door Baudrillard voorspelde waarheidsverwarring: ons klassieke begrip van wat nu eigenlijk ‘inhoud’ is staat onder druk. Want inhoud was altijd iets statisch – een tekst, een
beeld- of geluidsfragment, iets wat je kunt vastleggen, opzoeken, ontsluiten.
Nu media-inhoud continu wordt ververst – ‘under construction’ is de cliché duiding van elke webpagina – is inhoud als analyse-eenheid een bewegend en voortdurend veranderlijk doelwit. Het nieuws op professionele websites wordt continu bijgewerkt, uitgewist of aangepast, en dat veelal zonder transparantie of geschiedenis. Elke seconde worden honderdduizenden video’s toegevoegd aan (of weggehaald van) sites als YouTube en passen miljoenen mensen hun profielen aan op sociale netwerken als MySpace, Facebook, Orkut, Bebo, of Hyves.

Permanente impermanentie

De Amerikaanse komiek Stephen Colbert introduceerde in dit verband
treffend het begrip ‘wikiality’, gebaseerd op het succes van de online collaboratieve encyclopedie Wikipedia, waarin iedereen informatie kan toevoegen of veranderen. Een ‘wikialiteit’ is een realiteit conform consensus: ‘Together, we can create a reality that we can all agree on, the reality we just agreed on.’ Deze stellingname maakt de idee van werkelijkheid niet alleen onderhandelbaar, maar bevrijdt het ook van een externe, absolute waarheidsreferent, en het voegt er een element aan toe van wat ik met de Poolse denker Zygmunt Bauman ‘permanente
impermanentie’ zou noemen: in een leven in media ervaren we de werkelijkheid via de inhoud van media als constant in beweging, als nooit meer vaststaand. Het is niet zozeer de vraag of mensen dit nou willen of niet, en of dit nu een goede of slechte ontwikkeling is. Voor mij staat echter vast dat de vertrouwenserosie in de samenleving en de ‘wikiality’ van een leven in media met elkaar samenhangen.In het verleden accepteerden we de waarheid van instituten; in de loop van de 20ste eeuw zorgden de massamedia voor een wildgroei aan mogelijke of legitieme interpretaties van de werkelijkheid. In de 21ste eeuw lijken de verschillende posities op het continuüm van media en maatschappij onderling uitwisselbaar geworden nu wij zelf op een massale schaal media (lees: werkelijkheid) maken.

Auteur
Mark Deuze is o.a. hoogleraar Journalistiek en Nieuwe Media in Leiden.
Een uitgebreid interview met hem verscheen in Tekstblad 2008/2.

 

Verschenen in Tekstblad 5, oktober 2008