contact
abonneren
redactie
adverteren

Leven In Media

Column, Mark Deuze

Het is inmiddels bijna een cliché: we leven een digitaal leven, ondergedompeld in media, zijn altijd en overal bereikbaar. Ons mediagebruik – en vooral dat van jongeren – schuift langzaam maar zeker op naar apparaten en functies die met elkaar gemeen hebben dat ze draagbaar, draadloos, convergent en genetwerkt zijn: het beste voorbeeld daarvan is wel de eigentijdse mobiele telefoon, waarbij activiteiten als bellen, mailen, chatten, websurfen, fotograferen, televisiekijken en (alleen of met anderen) spelletjes spelen volledig door elkaar heen lopen.

Indirect compenseert direct

Het Nederlandse Sociaal en Cultureel Planbureau concludeerde in 2007 dat de snelle groei van sociale interactie via internet en mobieltje tot op zekere hoogte de afname aan directe sociale contacten in de Nederlandse samenleving compenseert. Ons gedrag lijkt niet te veranderen door al het mediamoois, maar vooral naar media te verschuiven.
In april van dat jaar presenteerde de Organization for Economic Cooperation and Development (oecd) een uitgebreid rapport over de explosieve toename van participatieve media online. Met name onder jongeren blijkt het grootste deel van het mediagebruik te bestaan uit het actief maken en bewerken van media – een conclusie welke dezelfde maand in een studie onder Amerikaanse tieners door onderzoekers van het Pew Internet & American Life project ook getrokken werd.

Generatie M of C

Marktonderzoekers categoriseren de hedendaagse tienerjeugd als de ‘Generatie M’, waarbij de ‘M’ inwisselbaar staat voor Mijzelf, Mobiel, en Multitasking. Bovenal staat die ‘M’ voor: Media. Andere trendwatchers en sociologen spreken even hijgerig over de ‘Generatie C’ (van Content, Connectiviteit en Creativiteit, verwijzend naar het gedrag van jongeren op sociale netwerksites als Hyves, MySpace en Facebook) of de ‘Google Generatie’. Bij die laatste categorie gaat het
om mensen wier primaire toegang tot kennis de zoekmachine van Google is (en blijft). Kortom: het leven is vergeven van al dan niet nieuwe media, welke media steeds dieper doordringen in ons bestaan, variërend van de apparaten die we elke dag gebruiken, via de wijze waarop we communiceren en alledaagse beslissingen nemen, tot aan de manier waarop we de wereld om ons heen zien en begrijpen. We leven met andere woorden niet meer met media, maar in media.

Marshall McLuhan revisited

Meestal reageren wetenschappers, waarnemers, politici en professoren op twee tamelijk voorspelbare manieren op de dominante rol die media spelen in ons leven. Aan de ene kant is er ongebreideld enthousiasme over de toenemende mogelijkheden die de nieuwe media ons bieden – een sentiment dat met enige regelmaat gepopulariseerd wordt met de aanhaling van Marshall McLuhan’s visie (uit 1962) op het ontstaan van een ’global village‘ onder invloed van de massale
verschuiving van een printcultuur naar een elektronische cultuur. Dit ondanks het feit dat McLuhan vooral sceptisch was over het soort benauwende collectieve identiteit dat hierdoor zou ontstaan. Als we allemaal onlosmakelijk verbonden zijn in één grote consensuele wereldcultuur, verdwijnt daarmee niet elke vorm van anders zijn in de doofpot van socialisatie en groepscensuur? In die zin is McLuhan’s waarschuwing voor de euvels van een elektronische mediacultuur een
mooi voorbeeld van een tweede visie op leven in media – een visie die vooral overal lijken ziet drijven, opmerkt dat het allemaal veel te snel gaat, vaststelt dat het enthousiasme voor nieuwe media gepaard gaat met een verlies aan etiquette, met toenemende obesiteit, ongeletterdheid, sociale isolatie, digitale kloven, enzovoorts.

Mediawijsheid

Zowel in Nederland, België, als daarbuiten maakt de overheid zich oprecht zorgen over ons leven in media. Onder de titel ’Mediawijsheid – de ontwikkeling van nieuw burgerschap‘ bracht de Raad voor Cultuur in juli 2005 een advies uit dat zich richtte op het kruispunt tussen medialisering en burgerschap. Op dat kruispunt aangekomen is mediawijsheid nodig, aldus de Raad en de overheid. Zo’n wijsheid gaat verder dan kinderen over de verleidingen van reclame onderwijzen. Volgens de Raad moeten alle burgers in Nederland tegenwoordig
mediawijs zijn, aangezien iedereen nu als actieve burger gebruik maakt van de media. Mediawijsheid betekent volgens de Raad ’het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld.’ De Europese Commissie is ook al verontrust over de mate van ‘mediageletterdheid’ van de Europese burgers. Eind 2007 uitte de Commissie haar bedenkingen bij het vermogen van burgers om wat ze in de media aantreffen met een kritische blik te analyseren en in te schatten – een onvermogen dat de politici denken te kunnen repareren door de burger bewuster
te maken van wat ze in de media zoal aantreffen. In april 2008 kondigde de Nederlandse regering de oprichting van een landelijk expertisecentrum aan, dat gezinnen en scholen moet gaan helpen op het gebied van media-onderwijs, tegen een prijskaartje van ongeveer een miljoen euro per jaar.

Ervaringsscheppers

Hoe belangrijk en oprecht de oproep tot mediawijsheid, media-onderwijs en mediageletterdheid ook is, al deze goedbedoelde initiatieven en rapporten gaan voorbij aan twee wezenlijke kanttekeningen.
Allereerst zijn media dermate doorgedrongen in het alledaagse leven, dat een afstandelijke positie ten opzichte van media in feite onmogelijk is. Ten tweede is de omschreven wijsheid er nog steeds uitsluitend een van mensen als consumenten (of: gebruikers) van media, niet zozeer van mensen als scheppers van ervaringen door, met en in media.

In de hierna volgende vier bijdragen voor Tekstblad vraag ik me af, wat precies de consequenties zijn van een leven in media. Want leven in media is een leven zonder media-effecten (want de effecten effectueren wij zelf), een leven zonder media-inhoud (want de inhoud dat zijn wij zelf), en een leven zonder productie of consumptie van media (want beide aspecten van mediagebruik lopen volledig in elkaar over).
Mijn suggestie bij dit alles: een leven in media is geen naargeestige toekomstvisie zoals in Blade Runner, noch een utopische dagdroom zoals in Star Trek.
Het is het hier en nu.

Auteur
Mark Deuze is o.a. hoogleraar Journalistiek en Nieuwe Media in Leiden.
Een uitgebreid interview met hem verscheen in Tekstblad 2008/2.

 

Verschenen in Tekstblad 3, juni 2008