
Door Tom Van Hout
Een prestigieuze onderzoeksbaan in de VS, een aanstelling als hoogleraar in Leiden, gastlezingen over de hele wereld, drie lopende boekprojecten, een invloedrijke blog én een interview in Tekstblad: het gaat Mark Deuze voor de wind. Een verslag van een prettig gesprek over de impact van nieuwe media op de samenleving.
Eén van de angsten is dat de nieuwe media de oude verdringen. Maar volgens Deuze zullen de oude media niet verdwijnen, wel veranderen. Hij ziet twee fundamentele veranderingen:
Ten eerste, nieuwe media die draaien op internettoepassingen ontwrichten oude media in vorm en inhoud. De taalmodellen van krantenartikelen bijvoorbeeld worden overhoop gehaald met zoekmachinegevoelige koppen en kortere teksten met hyperlinks en multimediatoepassingen. Straks heb je nog twee soorten kranten: gratis kranten en hele dure, elitaire kranten met uitsluitend analyses over politiek, kunst of economie.
Aan de andere kant zijn grote uitgeverijen hard bezig om nieuwe toepassingen te ontwikkelen voor oude media in relatie tot de nieuwe. Wegener stampt multimedia-units uit de grond, NOS en Volkskrant ontwikkelen cross-mediale verhaalvormen, regionale dagbladen zoals Dagblad van het Noorden en RTL Nieuws experimenteren met burgerjournalistiek.
Mark Deuze
|
Ja, zeker als je tekst ruimer bekijkt dan het geschreven woord. Kijk, de meest doeltreffende en primaire manier van communiceren is altijd de beeldtaal geweest. De periode van de laatste 100, 150 jaar waarin massamedia gedreven werden door geschreven tekst is een anomalie, een vreemde technologische pauze in de wereldgeschiedenis van beeldtaal. Ik heb niets tegen het geschreven woord ik ben zelf opgeleid als schrijvend journalist maar in de nieuwe technologische omgeving is de integratie van beeld, woord en geluid een stuk eenvoudiger geworden en vooral jongeren zien dat als standaard. Kijk bijvoorbeeld naar videogames of virtuele omgevingen (World of Warcraft, Second Life). Videogames zijn perfect om verhalen te vertellen en leerprocessen te sturen. Er is een duidelijke beloningsstructuur en er is veel ruimte voor creativiteit, interactie en individualisering, die mooi passen bij de idee van leren en informeren. Journalisten en docenten zullen ook steeds meer via zulke media hun verhalen gaan vertellen. Ook tekstschrijvers kunnen daar maar beter rekening mee houden.
Ik raad tekstschrijvers aan om met meerdere media te leren werken of om samen te werken met mensen die in andere media gespecialiseerd zijn. Zorg er dus voor dat je op zn minst weet wat die nieuwe media zijn, hoe ze werken en hoe je er creatief mee om kunt gaan.

Wat het heel spannend maakt is dat er nog nauwelijks spelregels zijn, er is nog helemaal geen duidelijkheid over gebruik, geloofwaardigheid, usability. Maar mede daardoor zijn er nauwelijks vaste afspraken over arbeidsomstandigheden, salariëring, erkenning, contracten. Die creatieve vrijheid gaat vaak gepaard met potentieel uitbuitende arbeidsomstandigheden: werk uitsluitend op projectbasis, tijdelijke aanstellingen, nauwelijks carrièreperspectief, onbetaalde arbeid in de vorm van werkstages. De culturele sector investeert veel in technologie en innovatie maar verwaarloost hun belangrijkste kapitaal: mensen.
De creatieve vrijheid gaat gepaard
met uitbuitende arbeidsomstandigheden
die stilzwijgend worden aanvaard.
Die penibele arbeidsomstandigheden aanvaarden ze stilzwijgend of redeneren ze weg met een dat hoort er nou eenmaal bij. Banenverlies in mediabedrijven is schering en inslag. Freelance mediawerk is eerder regel dan uitzondering. Ongeveer een derde van alle journalisten werkt in feite zonder enige vorm van arbeidscontract, zo van als jij aan een paar stukjes werkt, plaatsen we er misschien eens eentje. Ik heb dat zelf meegemaakt toen maar liefst drie verschillende freelancers hetzelfde idee hadden gekregen om die Deuze eens een keer voor het dagblad Trouw te interviewen. Ze hadden alledrie een trouw.nl e-mailadres maar de redactie wist van niets. (lacht).
Ja, maar dat kun je journalisten nauwelijks kwalijk nemen. Nieuws is overal beschikbaar en het is in alle formaten gratis aanwezig. De informatiestroom waar nieuwsredacties dagelijks mee worden overspoeld is gigantisch. Veel journalisten klagen dat ze onder invloed van internet en andere nieuwe mediatechnologieën geen tijd meer hebben veel om nog zelf persconferenties bij te wonen of achter politici aan te hollen. Dat was acht jaar geleden al het geval: de Nederlandse journalisten in mijn promotieonderzoek besteedden 7,5 uur van een 8-urige werkdag aan interne taken zoals vergaderingen bijwonen, stukken redigeren, mailen, bellen, surfen op het web."
Journalisten hebben zelfs
geen tijd meer om nog zelf
naar een persconferentie te gaan.
Das moeilijk. Journalistieke autoriteit hangt niet zozeer samen met waarneming maar eerder met professionele identiteit. Een journalist kan afgerekend worden op juistheid, objectiviteit, neutraliteit. Bloggers of woordvoerders vertegenwoordigen individuele of bedrijfsbelangen. De vraag is, hoe verkoop je die klassieke professionele identiteit van de journalistiek als betrouwbaar en neutraal in een nieuwe mediaomgeving waar iedereen nieuws kan communiceren? Kijk, in het verleden was journalistieke autoriteit een gegeven. Er was ook geen echt alternatief, op misschien piraatradio na. Nu zie je dat de journalistiek zich keer op keer moet bewijzen; ze moet met steeds minder mensen steeds meer informatie verwerken en ze moet nu ook nog eens meerdere media bedienen om te overleven in een economisch model dat aan alle kanten schuift. Het is bijna een oneerlijke strijd.
De journalistiek moet zich keer
op keer bewijzen, met minder mensen,
in een onzeker economisch model.
Dat werkt verlammend. Binnen Amerikaanse redacties ziet 80 tot 90 procent van de journalisten die ik daar spreek zien absoluut geen toekomst meer in hun vak. Tegelijkertijd gebeuren er om hen heen de meest fantastische dingen als online video, burgerjournalistiek, flash animaties. Spijtig genoeg doen ze die zaken niet zelf, maar gebeurt dat door IT- of marketingmensen. Bovendien wordt de content automatisch aangeleverd via persagentschappen als AP of Reuters. Waarom zou je dat nog zelf doen?
Goh, dat weet ik niet want ik doe geen onderzoek naar inhoud, maar ik merk wel een ongelooflijke rijkheid aan informatie en bronnen. Ik blijf de journalistieke output verbluffend vinden terwijl er steeds minder journalisten zijn, en hun identiteit en autoriteit aan alle kanten aan het afkalven is. Daar heb ik veel respect voor. Bovendien heeft de druk van de markt ook zo zn voordelen. Door bezoekersstatistieken, gebruikersprofielen en de digitale schaduw die iedereen achterlaat op discussiefora, blogs en sociale netwerksites kan een journalist meer dan ooit tevoren weten voor wie hij of zij schrijft. Das best opwindend. Langs de andere kant staat zon marktoriëntatie haaks op de idee van de journalist als autonome artiest.
Het is naïef om te denken dat de journalistiek los staat van de grillen van de markt. Meer nog, in deze huidige tijd verschuift alles naar marketing en public relations, ook mediaproductie. In de reclame moeten advertenties wijken voor sponsored content. Hier in Amerika worden tv-journaals vaak in hun geheel gesponsord door één product van één farmaceutisch bedrijf, zonder commerciële onderbrekingen.
Volgens sommigen zijn we op weg naar een volledig freelance gestuurde arbeidsmarkt. Daarin is iedereen zn eigen bedrijf, zn eigen merk. In zon consumptiecultuur moet de journalistiek een steeds diverser publiek bedienen dat zichzelf een alsmaar actievere rol toekent door te bloggen, chatten, netwerken, gamen, mailen, kortom door interactief om te gaan met nieuwe media.
Het publiek wordt zelf steeds actiever,
er komen steeds meer freelancers
die hun eigen merk neerzetten.
(lacht) Juist ja, mijn stokpaardje. Volgens de Poolse denker Zygmunt Bauman leven we in een onrustige, geglobaliseerde wereld waarin niets nog duurzaam lijkt en alles onderhandelbaar is. Daar kan je normatieve vragen bij stellen, want in een wereld zonder sociale zekerheden is het enige wat je daarin overeind kan houden een bijna obsessieve zelfverkoop. Kijk maar naar al die Facebook- of MySpace-profielen. We zijn volop bezig met onze eigen identiteiten te manipuleren en te redigeren. Das best wel een eng wereldbeeld. Anderzijds heb je in zon cultuur erg veel creatieve speelruimte en beslissingsruimte. Het engagement van de lezer, surfer of kijker is bijzonder tijdelijk en vluchtig en dus is de vraag naar nieuwe ervaringen en netwerken erg groot. De wereld wordt erg maakbaar.
Een bepalende. Er is in deze vloeibare samenleving veel behoefte naar interactie, naar het uitwisselen van boodschappen, emoties en perspectieven. En laat dat nou hetgene zijn waar nieuwe media zich het best toe lenen. De journalistiek is erg goed geplaatst om die maatschappelijke dialoog vorm te geven. Misschien willen mensen juist wel betalen voor een journalistiek die autonoom het maatschappelijk debat leidt. Hoe dan ook, het zijn spannende tijden voor het vak.
Tom Van Hout
Werkt aan een proefschrift over nieuwsproductie aan de Universiteit Gent en is redacteur van Tekstblad.
Mark Deuze
Schrijft n de volgende vier nummers van Tekstblad bijdragen over nieuwe media.
Verschenen in Tekstblad 2, april 2008